|
Het heeft weinig gescheeld of Luuk Gruwez was operazanger geworden. Op zijn achtste was hij eminent lid van het knapenkoor Het Mezennestje en werd hij laureaat van de wereldberoemde koorwedstrijd van Komen. Bovendien was er de pokdalige juf die hem op de piano de juiste vingerzetting bijbracht. Ze wist hem ervan te overtuigen dat er werkelijk niets hogers bestond dan de muziek. Waarom moest dan uitgerekend de poëzie zijn medium worden?
In Pizza Peperkoek & andere geheimen beschrijft Luuk Gruwez hoe de dichter de contratenor van de literatuur is. “Mannen zonder kloten als het ware, maar mannen. En mannen zonder uniform, seksueel te kwalificeren als schitterende mietjes, weinig angstaanjagend misschien, maar alleen vervuld van de vreemde angst die beluisterbare schoonheid inboezemt.”
De beluisterbare schoonheid is wat Gruwez aantrekt in de poëzie. Het is de schoonheid waarmee de dichter de liefde opluistert. Want het begin van alle lyriek is de liefdeslyriek. De zang van de vogels voor de paring. Dichten om harten te veroveren: het is wat elke dichter doet. Maar wanneer de eerste verliefdheid voorbij is, gaat ook een ander motief spelen: dat van dichters en moederschap. Een net zo goed biologische impuls, van iemand die behouden en verzamelen wil: opdat niets toch ooit voorbij zou gaan.
Pizza Peperkoek & andere geheimen is het tweede deel van een publicatiereeks waarin een dichter een persoonlijk pleidooi voor de poëzie houdt. Het eerste deel was Verwondingen van Paul Bogaert. Een initiatief van het Vlaams Fonds voor de Letteren, in samenwerking met het Poëziecentrum.
Aantal pagina's: ca.48
Publicatiejaar: 2009
Verkrijgbaar vanaf Gedichtendag 2009 (29 januari)
|