|
PAUL CELAN is één van de grootste dichters van de twintigste eeuw. Hij werd geboren in Cernauti - toen Roemenië, na W.O. II Oekraïne - in 1920 en stierf in Parijs in 1970. Zijn moedertaal was Duits, zijn schoolopleiding Roemeens. Tussen 1944 en 1947 woonde hij in Boekarest en schreef er Roemeense gedichten. Zestien gedichten – acht in verzen en acht prozagedichten – zijn overgeleverd. De korte periode van het schrijven in het Roemeens is zeer belangrijk geweest in de verdere ontwikkeling van Celans poëzie. Voor het eerst zijn deze gedichten nu ook vertaald in het Nederlands.
In Roemeense gedichten bracht vertaler Jan H. Mysjkin de acht overgeleverde versgedichten van Paul Celan samen. Daarna volgen de acht prozagedichten. Afwisselend zijn uittreksels opgenomen uit het eerste gepubliceerde gedicht van Celan (vertaald in het Roemeens door een vriend), Tangoul mortii (De tango van de dood ) – later wereldberoemd als Todesfuge – dat in 1947 verscheen in het tijdschrift Contemporanul.
De bundel wordt afgesloten met enkele aforismen ontstaan – eveneens in de periode 1944-1947 – tijdens het surrealistische spelletje ‘Vraag en antwoord’. Een geliefde bezigheid van Celan en zijn vrienden op zondagmiddag in het appartement van de Roemeense kunstenares Nina Cassian.
52 pag.
Publicatiejaar: 2008
|